De Open Wervendag van afgelopen weekend stak dit jaar noodgedwongen in een virtueel kleedje. Maar het zou geen goed idee zijn om hem dan maar gewoon over te slaan. Om grote infrastructuurprojecten tot een goed einde te brengen, is het cruciaal om de buurt betrokken te houden. De werf van een nieuwe metrolijn in Brussel kan misschien voor inspiratie zorgen.

Een van de werven die mensen afgelopen weekend (noodgedwongen virtueel) konden bezoeken, was die van het metrostation Albert. Het station onder het Albertplein in Vorst wordt de eindhalte van de nieuwe metrolijn 3. De werken aan Albert schoten uit de startblokken in de zomer van 2020 en zullen nog enkele jaren duren. Dat dit tijd vraagt, mag niet verbazen als je kijkt naar de complexiteit en het technisch huzarenstukje dat de verbouwing van dit station is. Maar het kan een eeuwigheid lijken als je een werf vlak voor je voordeur hebt. Als je in 2021 hinder ondervindt, heb je er geen boodschap aan dat er in 2025 een metro passeert .

Bij zulke grote infrastructuurprojecten komt het er niet alleen op aan om een draagvlak op te bouwen. Het is minstens zo belangrijk om dat draagvlak zorgvuldig te onderhouden. Het is een marathon, geen sprint. Zo’n werf is dichtbij, bij Albert op amper anderhalve meter van sommige voordeuren, maar tegelijkertijd ver weg. Buren zien vrachtwagens op en af rijden, kranen die materiaal naar boven en naar beneden hijsen, tientallen arbeiders als in een mierennest door elkaar lopen. Maar wat er precies gebeurt, blijft abstract. Zeker bij een metrostation, waar de echte werf ook nog eens onder de grond verstopt zit.

Het komt er dus eerst en vooral op aan om die werf die fysiek vlakbij is ook mentaal vlakbij te brengen. Om hem echt deel van de buurt te laten maken. Dat begint bij eenvoudige dingen. Geen grijze Heras-hekken, maar mooie werfdoeken die kleur in de wijk brengen. Of die, zoals bij het nieuwe metrostation Toots Thielemans, met oude foto’s van de wijk herinneringen uit lang vervlogen tijd terugbrengen. In het bestaande tramstation Albert zijn kijkgaten in de werfdoeken gemaakt, zodat voorbijgangers en tramgebruikers kunnen volgen hoe de werken aan het vernieuwde en uitgebreide station opschieten. Want de tram, die blijft gedurende de werken gewoon rijden.

Voor wat, hoort wat

Open Wervendag is een uitgelezen gelegenheid om zo’n grote werf open te stellen voor de buurt. Maar de werf mag niet alléén open zijn op Open Wervendag. Twee keer per jaar een werfbezoek organiseren, is zeker geen overbodige luxe. De meeste buurtbewoners willen wel op hun tanden bijten als hun stad er beter van wordt, maar voor wat hoort wat: in ruil voor hun geduld moet de aannemer vaart achter de werf zetten. Als de omwonenden met eigen ogen kunnen zien dat er sinds het laatste werfbezoek weer bergen werk verzet zijn, gaan ze zich milder tonen voor eventuele ongemakken. Ze kunnen dan ook zelf vaststellen dat een nieuw metrostation bouwen een complex technisch vraagstuk is, zeker midden in een stad. Niet het type karweitje dat je even snel afwerkt. Als je toekijkt hoe een metrotunnel geboord wordt, begrijp je waarom de aannemer daar wel een paar jaar zoet mee is.

Om de aandacht van de buurt vast te houden, kan je het werfbezoek creatief invullen. Toen we de communicatie verzorgden voor de tunnel onder de A2 in Maastricht heeft Connect een jogging georganiseerd. Iedereen kon op twee niveaus door de tunnels lopen. Geef toe, het is eens iets anders dan het wekelijkse toertje door het park. Maar een werfbezoek mag geen groots opgezet showmoment zijn. Spaar dat voor de dag dat de werken afgerond zijn. Het is vooral een contactmoment met de buurtbewoners.

Tweerichtingsverkeer

Om een draagvlak te bouwen en te behouden, is het cruciaal dat communicatie tweerichtingsverkeer is. Voor consumenten is niets zo frustrerend als een klantendienst die onbereikbaar is. Of erger nog, onbestaande is. Dat geldt dus zéker voor buren van grote infrastructuurprojecten. Zorg dat je bereikbaar én beschikbaar bent om vragen te beantwoorden en oplossingen te zoeken voor problemen. Ook in 2021 volstaat het niet om online bereikbaar te zijn. Je moet ook fysiek aanwezig zijn en aanspreekbaar zijn. Met een ombudsman of -vrouw, met minstens één dag per week permanentie, met buurtvergaderingen. Niet iedereen zit op Facebook of communiceert via Whatsapp. Je moet dus op veel paarden tegelijk wedden.

Als je regelmatig op de werf bent, pik je gevoeligheden veel sneller op en kan je creatieve oplossingen zoeken. De werf een paar uur stilleggen voor een buurtfeest, betekent tijdverlies. En ja, time is money. Maar de goodwill die je creëert met zo’n geste is onbetaalbaar. En zonder goodwill van de buurt kunnen vijf jaar héél erg lang duren.

Meer weten over deze inspiratie?

Neem contact op met Julie